Emma Wicks, Patiënte Advocaat CF Trust
De Cystic Fibrosis Trust verwelkomde dit jaar de delegaties voor het
internationale Conferentiecentrum in Birmingham, Engeland. Dit is het
tweede deel van mijn rapport over de Conferentie in Birmingham, die
gehouden werd in 2004, de 40ste Verjaardag van de invoering van de CF
Trust. Voor hen die het eerste gedeelte van mijn rapport hebben gemist,
verwijs ik naar de vorige uitgave van de CF World Newsletter. Het was
natuurlijk voor mij niet mogelijk om over elke bijeenkomst iets te schrijven;
hier zijn de hoogtepunten, en enige persoonlijke opmerkingen over de
bijeenkomsten die ik heb bijgewoond.
Onafhankelijkheid
Dr. Diana Bilton, van het Papworth Hospital, en Professor
Duncan Empey, van het London Chest Hospital (beide in Groot-Brittannië)
gaven de mening vanuit het oogpunt van de clinicus over de rol van de
ouders met betrekking tot hun volwassen kinderen. Margaret Wotton, een
moeder met CF, en ikzelf, gaven een beetje inzicht in de relatie tussen
volwassenen met CF en hun ouders. Iedereen was het er over eens dat
er geen vaste en snelle regels bestaan en dat flexibiliteit en goede
communicatie essentieel waren.
Trudy Havermans van het Universitaire Ziekenhuis Gasthuisberg
in België, had de niveaus van overeenkomst tussen ouders en hun
volwassen kinderen onderzocht, met gebruik van een enquête over
de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. De overeenkomst werd
bereikt met symptoomverwante aspecten, met inbegrip van Voeding omdat
de kinderen en de ouders het meest oneens waren over de behandeling,
waarbij zij het meest oneens waren over Fysiotherapie.
Een studie die in Vancouver was gemaakt, toonde aan dat
met het ouder worden en de voortgang van de ziekte, er zich kwesties
voordoen vanwege de conflicten tussen gezondheidszorg en levensstijl
. Steven Wright wees erop, dat hoewel er wetenschappelijke en klinische
deskundigheid bestaat, wij ons ook bewust moeten zijn van haar grenzen.
Genetica
"Het
bestuderen van tweelingen geeft een methode om de bijdrage van
genetica tot een ziektetrek te bepalen" |
Michael Knowles uit de V.S. sprak over de symptomen van het atypische
CF terwijl Garry Cutting van het instituut van Genetische geneeskunde
zich afvroeg of het fenotype zowel door genen als de omgeving werd beïnvloed.
Momenteel wordt één gen (CFTR) verbonden met het CF. Nochtans
kunnen de patiënten met dezelfde genverandering van CF verschillende
symptomen en hevigheid van de ziekte hebben. Het instituut heeft onderzoek
naar tweelingen en broers en zusters uitgevoerd. Het bestuderen van
tweelingen geeft een methode om de bijdrage van genetica tot een ziektetrek
te bepalen. De directe vragen over genetische controle van symptomen
van CF over de genen die hen controleren, kunnen worden gesteld. Broers
en zusters delen 50% van hun genen alsmede hun omgeving. Tweelingen
delen genen en de omgeving voor en na de geboorte. De studie van identieke
tweelingen geeft inzicht in omgevingsgevolgen voor ziekte en de gevolgen
van de interactie van genen met de omgeving. Het bepalen van de genetische
factoren van CF zal onze kennis van de mechanismen van de ziekte en
haar symptomen vergroten. De analyse van gelijkenissen en discrepantie
in symptomen binnen tweelingen en broers en zussen zal ons helpen om
ons op potentiële genetische factoren of omgevingsfactoren van
deze symptomen te richten, en potentiële doelstellingen voor medische
interventie aan te raden.
Het hoofd bieden
“De
diagnose van CF heeft een effect op alle familieleden" |
De bijeenkomst die bekijkt hoe de ouders en de naaste
verwanten de gevolgen van het horen van een diagnose van CF overleven,
en een Zweedse studie, evalueerden het effect dat dit heeft op de behandeling
in toekomstige onderzoeksprogramma's van pasgeborenen. De diagnosis
van CF heeft een effect op alle familieleden en er wordt gevonden dat
er meer moeite moet worden gedaan om de familieleden te helpen om een
zo goed mogelijke steun voor de ouders te worden.
Klinieken voor Tieners
“Tieners
praten liever met hun ouders, terwijl ouders liever zouden willen
dat het kind tegen de CF-zuster zou praten” |
Ouders en patiënten in het Kinderziekenhuis van
Birmingham zijn gevraagd om hun mening te geven op de voorstellen voor
een kliniek voor jonge mensen. Kinderen wilden de kliniek voor tieners
bezoeken vanaf het moment dat zij 13 en 14 jaar oud zijn, terwijl de
ouders nog een jaartje wilden wachten. Tieners praten liever met hun
ouders, terwijl ouders liever zouden willen dat het kind tegen de CF-zuster
zou praten Hoewel de jonge patiënt gevraagd wordt om alleen te
komen, vond de meerderheid van de jonge mensen dat zij niet genoeg wisten
over hun CF of dat zij graag wilden dat een familielid met hen meekwam.
Ter conclusie vond het centrum dat het CF-Team en de ouders als een
team zouden moeten werken en dat het programma dat gevolgd moet worden,
aangepast moet worden aan de individuele behoeften.
Kwesties voor de volwassenen
“Een
algemeen thema van de studie was dat de meeste mensen met CF hun
hele leven verwachtten thuis te blijven of terug naar huis te
gaan nadat zij onafhankelijk zouden hebben gewoond.” |
Annette Landy van het Papworth Hospital keek naar de uitdagingen
van CF vanwege de langere levensverwachting. Kunnen mensen met CF een
normaal leven leiden en zijn dromen realistisch? Een aantal kwesties
doen zich voor, zoals fysieke rijpheid en psychosociale rijpheid, zoals
verhoudingen, niet thuis wonen en reproductie, en deze moeten op een
gevoelige manier worden behandeld. Veranderende houdingen tegenover
het CF in termen van behandeling, voortgang van de ziekte, transplantatie
en dood moeten in overweging worden genomen. De manier waarop de mensen
hun CF ervaren, veranderen afhankelijk van hun longfunctie. Één
gemeenschappelijk thema van de studie was dat er van de meeste mensen
met CF wordt verwacht dat zij hun hele leven thuis blijven of naar huis
terug keren nadat zij onafhankelijk gewoond hebben.
Er is meer onderzoek en controle nodig, maar Annette bekeek haar huidige
rol waarin ze steun biedt en oplossingen geeft.
De Gezondheid van de Vrouw
Margaret Sherburn, van de Universiteit van Melbourne in
Australië, besprak het overwicht en de hevigheid van symptomen
van urine-incontinentie (UI) bij vrouwen met CF. Dit is slechts het
begin van een probleem dat als een wijdverspreid probleem wordt gezien
en varieert tussen 36% en 64% vrouwen, waarbij het toeneemt bij oudere
vrouwen en zij die een slechte longfunctie hebben. Het onderzoek dat
Margaret uitvoerde toonde aan dat er een grotere verspreiding van lagere
urinewegen en darmsymptomen zijn bij vrouwen met chronische longziekte
dan bij de gezonde vrouwelijke bevolking, en dat de vrouwen die over
het algemeen aan UI lijden hun symptomen accepteren en beheersen. Het
verrassend hoge aantal van Enuresis gedurende de nacht in de CF-groep
vraagt verder onderzoek. Aanvullend onderzoek is in volle gang om deze
bevindingen te verduidelijken.
Werken met Minderheden
De analyses van het gegevensbestand van het CF-gegevensbestand
uit Engeland door Jonathan McCormick, dat bij het Instituut van Tayside
van het Institute of Child Health (Instituut voor de Gezondheid van
het Kind) in Engeland is gebaseerd, suggereerden dat het Aziatische
fenotype van CF resulteert in een groter tekort van de longfunctie dan
in het Kaukasische fenotype ΔF508.
Nochtans is het de moeite waard in gedachten te houden dat de sociale
en culturele factoren tot de hevigheid van CF in deze groep kunnen bijdragen.
"Albanese
ouders waren tegen het feit hun kennis van CF te vergroten, waarbij
sommigen geen enkele informatie wilden ontvangen” |
Wegens een verhoogde toevloed van Albanezen in Italië
tijdens het laatste decennium, bestudeerde Paola Catastini van het CF-Centrum
van Toscanië groepen van Italiaanse en Albanese ouders van kinderen
met CF om te onderzoeken in welke mate de verschillende culturele achtergronden
de ervaringen van ouders en de manieren waarop zij de ziekte het hoofd
bieden, beïnvloeden. Psychologische interviews met ouders toonden
aan dat de Albanese ouders tegen het feit waren hun kennis van CF te
vergroten, waarbij sommigen geen enkele informatie wilden ontvangen"
Deze resultaten tonen aan dat de verhouding en de hoeveelheid communicatie
die het CF-team met ouders van minderheidsgroepen zou moeten invoeren,
nog gedetailleerder onderzocht moet worden om de best mogelijke zorg
te bereiken.
Onderzoek en diagnose
Filippo Festini, van het Cystic Fibrosis Centre in Toscanië,
bestudeerde de verschillen in klinische condities tussen hen waarbij
de diagnose via een onderzoek bij de geboorte was gesteld, en bij hen
waarbij de diagnose door symptomen werd gesteld. Alle deelnemers waren
15 jaar oud en diegenen waarbij de diagnose Meconium Ileus was gesteld
waren niet inbegrepen. Diegenen waarbij de diagnose door onderzoek bij
de geboorte waren gesteld, hadden een betere voedingsstatus en minder
van hen werden gekoloniseerd met Pseudomonas. De Longfunctie was gelijk
in beide groepen.
Maurice Super bekeek de complexiteit van het genetisch
onderzoek , en concentreerde zich op datgene dat tijdens een counseling
bijeenkomst zou moeten worden gezegd. In deze situatie moet de cliënt
de mogelijkheid worden gegeven om de agenda te beheren en te bepalen,
in plaats van dat de arts hen vertelt wat te doen. De arts moet een
goede luisteraar zijn en moet zorgvuldig zijn om zijn/haar eigen morele
opvattingen niet aan de cliënt op te dringen. Dr. Super beklemtoonde
dat er meer onderwijs nodig is voor diegenen die om genetische counseling
vragen. De artsen moeten ervoor zorgen dat bij hen waar erfelijke factoren
spelen, zij op een juiste manier worden geadviseerd.
Fysiotherapie
"Fysiotherapeuten
zullen andere rollen in de toekomt overnemen met vrij nieuwe problemen
over urine-incontinentie en beenziekte”
Mary Dood uit Wythenshawe Hospital in Manchester, Engeland,
presenteerde het geval van Fysiotherapie, dat afgevaardigden aantoonde
dat fysiotherapie meer is dan alleen het vrijmaken van de luchtwegen.
Fysiotherapeuten spelen ook de rol van leraar, of ze nu patiënten
onderwijzen over het gebruik en onderhoud van het nevelapparaat, of
ze helpen met oefeningen en ademhalingstechnieken. Mary voorziet dat
fysiotherapeuten andere rollen in de toekomt zullen overnemen met vrij
nieuwe problemen van urine-incontinentie en beenziekte. De meeste patiënten
beschouwen de last van therapie erger dan de CF en de fysiotherapeuten
zouden moeten helpen met het stellen van het doel en met het plannen
om de last van de zorg in evenwicht te brengen.
Voeding
Alison Morton en het CF-team van het Seacroft Hospital
in Engeland, bestudeerden of de Enteral Tube Feeding (ETF) (Sondevoeding)
’s nachts voor ondervoede patiënten de dieetstatus verbetert
en de klinische daling vertraagt. De resultaten toonden aan dat ETF
tot de stabilisatie van de longinfectie bijdraagt, zelfs in aanwezigheid
van een strengere ziekte en verbetert beduidend de voedingsstatus van
de patiënt.
"Kinderen
tillen niet erg zwaar aan gewichttoename als vast doel in hun
dieetbeheer" |
Een andere Studie die op de University Collega Cork in Ierland door
Elieen Savage werd gehouden, toonde aan dat kinderen met CF (op de leeftijd
van 6-14) en hun ouders een nogal verschillend perspectief met betrekking
tot hun dieet hadden. De belangrijkste prioriteit voor ouders is het
beschermen van de gezondheid en de overleving van hun kind op lange
termijn door hun gewicht hoog te houden.. De uitdaging die de meeste
ouders tegenkomen is maken dat hun kind samenwerkt omdat kinderen niet
erg zwaar tillen aan gewichttoename als vast doel in hun dieetbeheer.
Kinderen maken zich veel drukken over het hebben van energie voor activiteiten.
Dit is van meer relevantie voor hun dagelijks leven dan gewicht. Deze
bevindingen benadrukten de behoefte aan vakmensen in de gezondheidszorg
om deze verschillen te begrijpen en vanwege het feit dat de betekenis
die de verschillende familieleden aan voedsel en het eten verbinden,
de besluiten kan beïnvloeden die met betrekking tot dieetadvies
worden genomen die door hun CF-team worden gegeven.
Patiëntenzorg
"Het risico van
besmetting kan teveel overheersen in de gedachten van ouders. De clinici
moeten helpen besmettingskwesties in perspectief te houden"
Professor Duncan Geddes van het Royal Brompton Hospital in London stelde
een aantal vragen aan de mensen die verantwoordelijk zijn voor de klinische
besluiten bij Cystic Fibrosis. Hoewel de overlevingskansen stijgen dankzij
goede kindergeneeskundige zorg en nieuwe intensieve behandelingen, kan
het ook voor nieuwe problemen zorgen.
• Eetproblemen worden beter zichtbaar met de stijgende
focus op voeding.
• Hoeveel fysiotherapie moet er gegeven worden en voor wie? We
weten dat fysiotherapie werkt, maar wat werkt het beste voor het individu?
• Het bijsturen van besmettingsmaatregelen om een uitbarsting
van de “Pseudo-angst” van het besmettingsrisico te verhinderen
kan teveel benadrukt worden in het bewustzijn van de ouders. De clinici
moeten helpen de besmettingskwesties in perspectief te houden zonder
de risico's te bagatelliseren.
• In latere stadia van de ziekte, moeten de kwesties van zuurstof
en transplantatie worden bestudeerd. Transplantatie is de enige, meeste
levensreddende behandeling, maar wegens gebrek aan donors en een onwaarschijnlijke
stijging van het aantal donors, zouden behandelingen van een levende
longdonor moeten worden onderzocht.
• De patiënten zullen niet op elk lid van het team betrekking
kunnen hebben, en de clinici moeten eraan denken dat de patiënt
een belangrijk deel van dat team uit maakt.
• Het nut van nieuwe therapie moet worden bevestigd of de clinici
in gevaar zijn doordat zij alleen maar meer last en bijwerkingen voor
patiënten toevoegen.
Prof. Geddes eindigde door te verklaren dat, met oog op
de toekomst, de doelen van de clinici het bereiken van minder behandeling
en meer leven voor de patiënt zou moeten zijn.
Er is geen enkele patiënt die het daar
mee oneens zal zijn.