We rapporteren hierbij een interessant Frans onderzoek, gevoerd tussen 1999 en 2003 door het Institut National d’Etudes Démographiques, dat en aantal gezondheidskwesties onderzocht bij 564 kinderen van zes jaar, die aan CF leden. Er werd vergeleken tussen:
• Neonatale Screeninggroep (NS): een groep van126 kinderen uit de Franse regio’s die gediagnosticeerd werden ten gevolge van neonatale screening,
• Meconium Ileusgroep (MI): een groep van 103 kinderen die gediagnosticeerd werden door de aanwezigheid van meconium ileus bij de geboorte,
• Klinische diagnosegroep(CS): een groep van 335 kinderen die later gediagnosticeerd werden op basis van klinische symptomen.
Variabelen die gemeten werden op de leeftijd van 6 jaar waren lengte en gewicht,BMI (body mass index); geforceerd expiratoir volume(FEV1) en geforceerde vitale capaciteit (FVC); Staphylococcus en Pseudomonas aeruginosa kolonisatie; aantaal bezoeken als ambulant patiënt, aantal gewone ziekenhuisopnames, totaal aantal bezoeken aan de ‘dagkliniek’, gebruik van intraveneuze antibioticatherapie, zuurstoftherapie, vernevelingstherapie, gebruik van pancreasenzymen, Totale Parenterale Voeding (TPN).#, enterale voeding,* en longtransplantatie.
Daarbovenop werd ook nog de evolutie van de Pseudomonas aeruginosa en de Staphylococcus aureus kolonisatie jaarlijks genoteerd voor elk jaar voor elk van de drie gediagnosticeerde groepen.
De belangrijkste vaststellingen bestonden erin dat de Pseudomonas aeruginosa kolonisatie beduidend minder vaak voorkwam in de neonataal gescreende CGF-groep en veel vaker in de klinisch gediagnosticeerde groep. Vandaar dat de vernevelingstherpaie veel vaker aangewend werd in de klinisch gediagnosticeerde groep dan in de neonataal gescreende groep. Voor de andere voornoemde parameters werd er geen verschil in prevalentie van kolonisatie door Staphylococcus aureus gevonden.
|
Afbeelding 1: Frequentie van patiënten met een P. aeruginosa kolonisatie, afhankelijk va, leeftijd en diagnosegroep (de drie diagnosegroepen zijn significant verschillend voor de jaren 1, 3, 5, 6, en 7). |
De meeste primaire kolonisaties warden gediagnosticeerd voor de patiënt 3 jaar oud was. Het percentage kinderen met MI en CS kolonisaties vermeerdert later. Daarentegen bleef het percentage kinderen dat ooit met een NS kolonisatie te maken kreeg, stabiel tussen 15% en 20%. Dit resultaat veranderde niet wanneer de kinderen die erg vroeg klinisch gediagnosticeerd werden in de analyse opgenomen werden.
 |
Institut National d’Etudes
Démographiques |
Het belangrijkste resultaat van de ze studie suggereert dat neonatale screening het tijdstip waarop vele kinderen met P. Aeruginosa kolonisatie te maken krijgen, naar een later tijdstip kan worden verschoven. Nochtans konden de oorzaken van de vertraging die opgemerkt werd in de kolonisatie met P. aeruginosa niet onomstotelijk bewezen worden. Het Franse CF register specificeerde niet of de P. aeruginosa kolonisatie als chronisch of intermittent kon geïdentificeerd worden, aangezien beide inde analyse opgenomen werden. Daarentegen leek de neonatale screening geen invloed te hebben op het aantal kinderen dat op 6-jarige leeftijd geconfronteerd werd met kolonisatie van S. aureus.
Er werd geen verschil tussen de groepen gevonden wat FEV1 betreft, zoals voordien gerapporteerd (Farrell et al 2003) en de groei op zesjarige leeftijd was tegengesteld aan wat Farrell et al, 2001 vastgesteld hadden. Dit rapport suggereert in zijn conclusie dat neonatale screening een positieve invloed heeft op de kolonisatie van P. aeruginosa in de onderste luchtwegen in deze grote cohortstudie, maar geen verklaring geeft voor deze significante vaststelling.
Nota van de Redacteur
# Totale Parenterale Voeding (TPN) wordt gebruikt voor patiënten die hun voeding niet tot zich kunnen of mogen nemen door te eten. TPN druppelt dan via een naald of en katheter in je ader gedurende 10-12 uur, een leer per dag of vijf keer per week. TPN kan een combinatie bevatten van suiker en koolhydraten (voor energie), proteïnen (voor spiersterkte), lipiden ( vetten), elektrolyten, en sporenelementen. Uw oplossing kan al deze elementen bevatten of slechts enkele daarvan,afhankelijk van uw gezondheidstoestand.
* Enterale Voeding is weer andere manier waarop mensen de nodige voedingsstoffen kunnen binnenkrijgen. Ook wel 'sondevoeding’ genoemd, is enterale voeding een mengsel van alle benodigde voedingsstoffen. Het is dikker dan parenterale voeding en soms lijkt het op een milk shake. Het wordt via een sonde in de maag of de dunne darm ingebracht.
Voor een volledig rapport over deze studie, schrijft u best naar de redacteur, op volgend adres: editor@cfww.org
Referenties
1. Farrell et al, 2003. Broncho-pulmonary disease in children with cystic fibrosis after early or delayed diagnosis, Am J Respir Crit Care Med, 2003 Nov 1;168(9):1100-8.
2. Farrell et al, 2001. Early diagnosis of cystic fibrosis through neonatal screening prevents severe malnutrition and improves long-term growth. Wisconsin Cystic Fibrosis Neonatal Screening Study Group. Pediatrics, 2001 Jan;107(1):1-13.